Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020
Onder 2.49 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:884.
In zijn JOR-noot onder deze uitspraak betoogt Kraaipoel dat het hem op grond van de prior tempore -regel niet mogelijk lijkt om een tweede pandrecht te vestigen voordat er een eerste pandrecht is gevestigd. Hij onderschrijft echter wel de uitkomst waartoe de voorzieningenrechter komt en zoekt een mogelijke dogmatische inpassing ervan in een rangwisseling bij voorbaat of een rangwisseling onder opschortende voorwaarde (bij onbekendheid van de beoogde eerste pandhouder zonodig bij wijze van derdenbeding). Een alternatief zou kunnen zijn dat de tweede pandhouder moet worden geacht voorshands afstand te hebben gedaan van zijn positie als eerste pandhouder (zonder dat daarvoor naderhand nog een nadere wilsverklaring vereist is), maar volgens Kraaipoel komt dat op hetzelfde neer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45, en de alinea staat in dat document op bytes 96160 tot 97055.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45 | shasum -a 256