Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Onder 2.53 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:884.

Onderdeel I neemt mijns inziens terecht tot uitgangspunt dat indien geen uitsluitsel bestaat over de chronologische volgorde waarin pandrechten zijn gevestigd, pandrechten van gelijke rang tot stand zijn gekomen. Als meerdere akten op dezelfde dag bij de Belastingdienst zijn aangeboden en het tijdstip van aanbieding niet kan worden aangetoond, dan moeten de pandrechten geacht worden op hetzelfde moment tot stand te zijn gekomen. Ik volg op dit punt de meerderheidsopvatting in de literatuur dat in dat geval twee (of meer) pandrechten van gelijke rang zijn ontstaan. Steun daarvoor kan worden gevonden in de parlementaire geschiedenis bij art. 3:21 BW, waaruit volgt dat indien uit die bepaling niet kan worden afgeleid welk van twee hypotheekrechten het hoogste in rang is, aan beide rechten een gelijke rang zal toekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45, en de alinea staat in dat document op bytes 99202 tot 100154.