Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Onder 2.83 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:884.

Volgens Steneker is de vraag of de inning van vorderingen executie is – en het geïnde als executieopbrengst geldt – niet afhankelijk van door wie is geïnd, maar voor wie de opbrengst bestemd is. Is de opbrengst bestemd voor de pandgever zelf, dan is de inning geen executie. Is de opbrengst bestemd voor één of meer schuldeisers van de pandgever, dan is de inning wél executie. Int de pandhouder een openbaar verpande vordering, dan is de opbrengst in beginsel bestemd voor de pandhouder en eventuele andere schuldeisers. Inning door de pandhouder is daarom in beginsel executie, zodat de pandhouder voorrang heeft bij verdeling van de opbrengst, welke hij buiten een eventueel faillissement van de pandgever om te gelde kan maken. Ook inning door de curator is executie, aangezien de opbrengst bestemd is voor de schuldeisers in het faillissement; de pandhouder heeft dus voorrang op het geïnde, maar dient de afwikkeling van het faillissement af te wachten en draagt bij in de algemene faillissementskosten, aldus Steneker.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45, en de alinea staat in dat document op bytes 123484 tot 124631.