Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020
Onder 2.85 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:884.
De heersende opvatting in de literatuur is dat de inningsbevoegdheid van de pandhouder niet is beperkt tot het bedrag van zijn gesecureerde vordering. De pandhouder is gerechtigd om het gehele bedrag van de aan hem verpande vordering te innen, ook voor zover dit de vordering tot zekerheid waarvan pandrecht werd gevestigd, te boven gaat. In dit verband wordt verwezen naar de ondeelbaarheid van het pandrecht (art. 3:230 BW) , naar het feit dat art. 3:246 lid 1 BW de pandhouder inningsbevoegd maakt zonder daarbij enige beperking aan te brengen en naar de onwenselijkheid van de confrontatie van de debiteur met twee schuldeisers .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45, en de alinea staat in dat document op bytes 125940 tot 126875.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45 | shasum -a 256