Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Onder 2.94 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:884.

Onderdeel III klaagt – samengevat – dat het hof in rov. 5.3 en 5.9 ten onrechte heeft geoordeeld dat het surplus aan de (lagere) pandhouders toekomt omdat het een executieopbrengst betreft. Het hof heeft daarmee miskend dat het geïnde slechts als executieopbrengst kan worden aangemerkt als de openbaar pandhouder tot inning bevoegd is. Het surplus kan geen executieopbrengst vormen, omdat de bank niet bevoegd was om over te gaan tot executie ten aanzien van de bedragen die samen het surplus vormen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45, en de alinea staat in dat document op bytes 135144 tot 135749.