Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Onder 2.99 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:884.

2.102 De eerste (rechts)klacht van onderdeel IV berust op de lezing dat het hof meent dat het surplus een executieopbrengst betreft, ongeacht ten gunste van wie het surplus door de bank is geïnd. Geklaagd wordt dat dat oordeel onjuist is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45, en de alinea staat in dat document op bytes 141351 tot 141677.