Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Onder 5.6 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:884.

Daarbij stelt het hof het volgende voorop. Uit de aktes blijkt dat alle bij de overeenkomsten van 31 december 2010 betrokken partijen ervan op de hoogte zijn geweest dat de bank beschikte over een eerste pandrecht op de vorderingen. Zo wordt in de onder 3.4 bedoelde akte nummer 8 - een pandakte - onder 4.12 ook uitdrukkelijk melding gemaakt van het eerste pandrecht van de bank. De aanduiding “in eerste respectievelijk tweede verband” ziet dus kennelijk op de verpanding van de zaken (bedrijfsuitrusting en voorraden) in eerste verband en de vorderingen in tweede verband. De andere aktes lijken met hun rangvolgordes hierop aan te sluiten. Dit vormt een sterke aanwijzing ervoor dat de twaalf aktes van 31 december 2010 als één geheel moeten worden beschouwd en in onderlinge samenhang moeten worden gelezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45, en de alinea staat in dat document op bytes 32271 tot 33102.