Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Onder 3.54 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:890.

Bij de beoordeling of een onlineplatform bemiddelingsactiviteiten in de zin van art. 7:425 BW verricht, wordt vaak aansluiting gezocht bij de prejudiciële beslissing van 16 oktober 2015 in de Duinzigt -zaak. In deze zaak heeft de Hoge Raad geoordeeld dat (‘in een context als de onderhavige’) in beginsel reeds sprake is van bemiddeling in de zin van art. 7:425 BW, indien iemand in opdracht of met goedvinden van een verhuurder een door hem te verhuren woning op zijn website plaatst. Daarin ligt immers in beginsel een opdracht besloten om een huurovereenkomst tot stand te brengen tussen de verhuurder en een derde (rov. 4.4.2 en de beantwoording van vraag a).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7cefe136194de283b745ea9352e2ed6c3b658f225131319e41fc189f6fb341e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7cefe136194de283b745ea9352e2ed6c3b658f225131319e41fc189f6fb341e8, en de alinea staat in dat document op bytes 85997 tot 86777.