Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Onder 5.7 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:890.

Anders dan het middel betoogt, brengt de strekking van de cao-norm niet mee dat het verplichtstellingsbesluit ‘ex tunc’ moet worden uitgelegd, althans dat moet worden aangenomen dat andere vormen van bedrijfsuitoefening – als gevolg van maatschappelijke en/of technologische ontwikkelingen – die zich na de totstandkoming van het besluit hebben ontwikkeld, niet onder de werking van het verplichtstellingsbesluit zouden kunnen vallen. De door de cao-norm beoogde rechtszekerheid is ook niet gebaat bij de door het middel bepleite ‘ex tunc’-uitleg. Een dergelijke uitleg discussie lokt discussie uit over de vraag wat de sociale partners ten tijde van de totstandkoming van het besluit met een bepaald begrip precies voor ogen heeft gestaan. De cao-norm is er juist op gericht om zo’n discussie te voorkomen. Om die reden moet het verplichtstellingsbesluit naar objectieve maatstaven worden uitgelegd, waarbij in beginsel de taalkundige betekenis van de bewoordingen waarin het verplichtstellingsbesluit is vervat doorslaggevend is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7cefe136194de283b745ea9352e2ed6c3b658f225131319e41fc189f6fb341e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7cefe136194de283b745ea9352e2ed6c3b658f225131319e41fc189f6fb341e8, en de alinea staat in dat document op bytes 128688 tot 129810.