Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:897.
Alvorens in te gaan op de klachten vervat in onderdeel één, zal ik stilstaan bij het juridisch kader. Art. 1:266 lid 1 BW bepaalt dat de rechtbank het gezag van een ouder kan beëindigen indien (a) een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid, in staat is te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of (b) de ouder het gezag misbruikt. Deze bepaling kan gezien worden als de spiegelbepaling van de ondertoezichtstelling (art. 1:255 BW), die kan worden uitgesproken als de ouders wel de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding kunnen dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bc8d4d52952080e33672336581c618666b216d27c8f5b3aa2ca6a555f490de0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bc8d4d52952080e33672336581c618666b216d27c8f5b3aa2ca6a555f490de0, en de alinea staat in dat document op bytes 18979 tot 19896.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6bc8d4d52952080e33672336581c618666b216d27c8f5b3aa2ca6a555f490de0 | shasum -a 256