Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:897.

Bruning lijkt hier vooral te doelen op adoptie zonder toestemming van de ouders, waarbij de rechter een nog grotere terughoudendheid zou moeten toepassen. Adoptie is immers de meest vergaande inmenging in het gezinsleven van ouder en kind omdat hun juridische banden volledig worden doorgesneden, hetgeen niet het geval is bij een gezagsbeëindiging. Ouders blijven dan immers de juridische ouders van het kind. Het cassatieverzoekschrift lijkt echter te bedoelen dat een gezagsbeëindiging niet te snel of te gemakkelijk dient te worden uitgesproken, hetgeen ook te lezen valt in de hierboven geciteerde paragraaf 209 van Strand Lobben: er moet sprake zijn van een “overriding requirement pertaining to the child’s best interests”. Zoals hiervoor is besproken (in punt 2.12) heeft het hof overwogen dat een thuisplaatsing van [betrokkene 1] niet meer mogelijk is en na een (uitgebreide) belangenafweging de belangen van [betrokkene 1] laten prevaleren boven die van de moeder. Het oordeel van het hof dat het belang van [betrokkene 1] van doorslaggevende betekenis is, zodat de beëindiging van het gezag in stand kan blijven, is hiermee voldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bc8d4d52952080e33672336581c618666b216d27c8f5b3aa2ca6a555f490de0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bc8d4d52952080e33672336581c618666b216d27c8f5b3aa2ca6a555f490de0, en de alinea staat in dat document op bytes 39293 tot 40476.