Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:897.

Dit laatste lees ik niet op een dergelijke manier terug in de annotatie van Bruning. Ik lees hierin dat een verzoek om gezagsbeëindiging kan worden afgewezen als sprake is van een belangrijke verbetering in de situatie van de ouders of als onvoldoende is geïnvesteerd in het thuisfront, en dat de rechter oog moeten houden voor de vraag of een gezagsbeëindiging noodzakelijk is vanuit het licht van art. 8 EVRM. In de bestreden beschikking heeft het hof stilgestaan bij de positieve ontwikkelingen in het leven van de moeder (in rov. 5.6) en – na een belangenafweging waarin niet alleen het tijdsverloop is betrokken – geoordeeld dat een beëindiging van het gezag over [betrokkene 1] (toch) noodzakelijk is. Zoals eerder besproken is dit oordeel niet onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bc8d4d52952080e33672336581c618666b216d27c8f5b3aa2ca6a555f490de0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bc8d4d52952080e33672336581c618666b216d27c8f5b3aa2ca6a555f490de0, en de alinea staat in dat document op bytes 41922 tot 42782.