Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Onder 2.21 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:897.

Art. 810a lid 2 Rv bepaalt, voor zover thans van belang, dat in zaken betreffende de ondertoezichtstelling van minderjarigen of de beëindiging van het gezag de rechter op verzoek van een ouder en na overleg met de ouder een deskundige benoemt, mits dat mede tot de beslissing van de zaak kan leiden en het belang van het kind zich daartegen niet verzet. Zoals ik in mijn conclusie voor HR 29 mei 2020 heb opgemerkt, is de ratio van deze bepaling dat de ouder in staat wordt gesteld om weerwoord te bieden aan hetgeen de Raad voor de Kinderbescherming – of de GI als uitvoerder van de maatregel – heeft aangevoerd over de noodzaak van de verzochte maatregel van jeugdbescherming. Uit de parlementaire geschiedenis valt af te leiden dat de achtergrond van de bepaling moet worden gezocht in het recht doen aan het beginsel van equality of arms.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bc8d4d52952080e33672336581c618666b216d27c8f5b3aa2ca6a555f490de0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bc8d4d52952080e33672336581c618666b216d27c8f5b3aa2ca6a555f490de0, en de alinea staat in dat document op bytes 47338 tot 48326.