Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2020
Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:901.
19. Bij de beoordeling van deze deelklacht dient het volgende te worden vooropgesteld. De responsieplicht ex art. 359, tweede lid, tweede volzin, Sv strekt zich mede uit tot uitdrukkelijk onderbouwde standpunten die zien op de straftoemeting. Niet elke opmerking die een raakvlak heeft met de straftoemeting kan als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt worden aangemerkt. Daarvoor is vereist dat sprake is van een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het hof naar voren is gebracht. De Hoge Raad stelt zich bij de beoordeling van het expliciete dan wel impliciete oordeel van het hof over de vraag of het gaat om een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt zeer terughoudend op. Het criterium dat de Hoge Raad daarbij aanlegt, is of het aangevoerde bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359, tweede lid, tweede volzin, Sv. Bij de beoordeling van de vraag of een standpunt noopt tot een antwoord, komt betekenis toe aan de aard van het aan de orde gestelde onderwerp, alsmede aan de inhoud en indringendheid van de aangevoerde argumenten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce1f8f8a62157632a024a5ceea18efa809e50fc4d83cfad9e1a0606604a95af0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce1f8f8a62157632a024a5ceea18efa809e50fc4d83cfad9e1a0606604a95af0, en de alinea staat in dat document op bytes 32878 tot 34136.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ce1f8f8a62157632a024a5ceea18efa809e50fc4d83cfad9e1a0606604a95af0 | shasum -a 256