Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2020

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:927.

In dit verband is de vraag aan de orde of het plaatsen van de duim van verdachte op de iPhone zonder zijn toestemming/medewerking in strijd is met het nemo tenetur-beginsel. Dit beginsel betreft het recht van een verdachte om niet te worden gedwongen (actief) aan zijn eigen veroordeling mee te werken. Uit jurisprudentie van het Europese Hof voor de rechten van de mens (hierna: EHRM) volgt dat dit vooral betrekking heeft op het afleggen van verklaringen onder dwang. Het recht van verdachte om zichzelf niet te belasten is immers “primarily concerned with respecting the will of an accused person to remain silent” (EHRM 29 juni 2007, O’Halloran and Francis, UN BB3173, NJ 2008/25, par. 47). Een verdachte is wel gehouden tot het (passief) ondergaan en dulden van onderzoeksmaatregelen. Materiaal dat onafhankelijk van de wil van verdachte bestaat, mag onder dwang worden verkregen, zoals bijvoorbeeld geldt voor bloed- en urinemonsters (EHRM 8 april 2004, appl.nr 38544/97 (Weh/Austria) en EHRM 17 december 1996, NJ 1997/699 (Saunders/United Kingdom)).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccde77f08e32511285d57e00669190e5c62a1a709d0e40815baf74f7efd0074f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccde77f08e32511285d57e00669190e5c62a1a709d0e40815baf74f7efd0074f, en de alinea staat in dat document op bytes 15118 tot 16195.