Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020

Onder 1.46 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:934.

“4.4. Weliswaar is de strafvervolging van [eiseressen] geëindigd in een sepot en is de vervolging van [betrokkene 1 en 2] geëindigd met een transactie, maar dat laat onverlet dat binnen [eiseressen] nog steeds een levensgroot risico op witwassen bestaat door het bedrijfsmodel, waarbij volledige anonimiteit wordt gegarandeerd en veel gebruik wordt gemaakt van contant geld. De door [eiseressen] getroffen maatregelen, waaronder het kassasysteem, hebben de zorgen over met name de herkomst van die contante gelden niet weggenomen. Wat daar ook van zij, het bedrijfsmodel van [eiseressen] dwingt er kennelijk toe om meer belang te hechten aan het garanderen van anonimiteit aan haar klanten dan aan het bieden van controlemogelijkheden op de herkomst van die gelden. Die keuze komt voor haar rekening en risico. De zorgplicht van ING strekt onder deze omstandigheden niet zo ver dat zij, ook na beëindiging van de contractuele relatie, het belang van [eiseressen] om weer toegang te krijgen tot giraal verkeer zwaarder moet laten wegen dan het algemene belang bij de bescherming van de integriteit van het financiële en economische verkeer en haar eigen belang bij beperking van reputatierisico’s, zelfs niet indien dat het einde van [eiseressen] zou betekenen. De vordering zal dan ook worden afgewezen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d, en de alinea staat in dat document op bytes 61418 tot 62745.