Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:934.

Met een ex tunc -beoordeling is ook de rechtszekerheid gebaat. Bij een toetsing ex nunc zou ING namelijk bij een (op handen zijnde) opzegging rekening moeten houden met toekomstige feiten en omstandigheden, die zich ten tijde van de opzegging nog niet hebben voorgedaan en niet voorzienbaar zijn. Dat is niet alleen een onmogelijke taak, maar zou er ook toe leiden dat een opzegging – die ten tijde van de opzegging terecht was – bij de rechter in eerste aanleg of in hoger beroep alsnog onterecht kan worden bevonden vanwege feiten en omstandigheden die zich pas ná de opzegging hebben voorgedaan en waarmee ING geen rekening heeft kunnen houden. Dat zou rechtsonzekerheid opleveren. Elke opzegging zou op losse schroeven kunnen komen te staan, totdat (enkele jaren later) een definitieve rechterlijke beslissing is genomen. Dit levert een onwenselijk en onwerkbaar systeem op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d, en de alinea staat in dat document op bytes 79736 tot 80701.