Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020

Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:934.

- de zaak die heeft geleid tot de beschikking van 18 januari 2019 ging om een op staande voet ontslagen werknemer die zijn ontslag aanvocht en de dringende reden voor ontslag betwistte. Uw Raad heeft bepaald dat in een dergelijk geval de werkgever moet stellen en zo nodig bewijzen dat de dringende reden “ op het moment van het ontslag op staande voet ” aanwezig was. Dit betreft een ex tunc -toetsing, waarbij wordt uitgegaan van de situatie ten tijde van het ontslag. Dat de werkgever het bewijs, dat op het moment van het ontslag een dringende reden aanwezig was, mag leveren met bewijsmiddelen waarover hij pas ná het ontslag beschikking heeft gekregen, maakt niet dat sprake is van een toetsing ex nunc . Het gaat er immers nog steeds om of de werkgever (eventueel met later verkregen bewijs) kan aantonen dat destijds (ten tijde van het ontslag) een dringende reden voor het ontslag aanwezig was;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d, en de alinea staat in dat document op bytes 81930 tot 83115.