Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020
Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:934.
In randnummers 2.1.3 en 2.1.5 betogen [eiseressen] – in aanvulling op de voorgaande klachten – dat er in dit geval des te meer ruimte en aanleiding is om de opzeggingen door ING ex nunc te toetsen. [eiseressen] bankierden immers al sinds 1994 respectievelijk 2008 bij ING, waarbij het afstorten van contant geld nooit enig probleem is geweest. Daarnaast heeft ING – gelet op de bijzondere positie die een bank in het kader van een bankrelatie heeft – een bijzondere zorgplicht en dient zij ook bij een opzegging zorgvuldig te handelen, zeker nu het voor [eiseressen] onmogelijk is om zonder bankrekening aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen. Bovendien hebben [eiseressen] vanaf het begin aangegeven dat de verdenkingen van het OM aan hun adres ongefundeerd waren, wat later ook is bevestigd door het sepot in juli 2018. Dat het hof – ondanks dit alles – de opzeggingen ex tunc heeft getoetst, maakt het oordeel van het hof onjuist dan wel onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d, en de alinea staat in dat document op bytes 85302 tot 86398.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d | shasum -a 256