Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020
Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:934.
In randnummer 2.1.5 klagen [eiseressen] dat het onbegrijpelijk is dat het hof in rov. 3.6. heeft geoordeeld dat hetgeen ná het arrest van 19 januari 2018 is voorgevallen, geen aanleiding vormt om anders te oordelen over het uitgangspunt dat de opzeggingen door ING rechtsgeldig zijn. Dit oordeel valt namelijk niet te rijmen met het oordeel in rov. 3.5. dat de opzeggingen naar de stand van zaken ten tijde van de opzeggingen ( ex tunc ) moeten worden beoordeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d, en de alinea staat in dat document op bytes 87410 tot 87958.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d | shasum -a 256