Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020
Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:934.
De klacht faalt. Het hof is in rov. 3.6. ingegaan op de omstandigheden die zich ná het arrest van 19 januari 2018 (in de tweede procedure) hebben voorgedaan, teneinde te beoordelen of die omstandigheden tot de conclusie zouden moeten leiden dat ING destijds – derhalve ten tijde van de opzeggingen ( ex tunc ) – wist of had moeten weten dat er onvoldoende grond was om tot opzegging over te gaan. Anders dan [eiseressen] betogen, is in rov. 3.6. derhalve geen sprake van een beoordeling ex nunc . Dat het hof ook in rov. 3.6. een ex tunc -toets aanlegt, blijkt onder meer uit de woorden “ destijds ” (in de tweede zin), “ ten tijde van de beëindiging van de bankrelaties ” (in de derde zin) en “ de reeds eerder gedane opzeggingen (…) (met terugwerkende kracht) ” (in de laatste zin van rov. 3.6.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d, en de alinea staat in dat document op bytes 88038 tot 89203.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d | shasum -a 256