Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020
Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:934.
Tussen partijen is niet in geschil dat ING heeft gebruikgemaakt van een contractuele bevoegdheid tot opzegging en dat de rechtsgeldigheid van de opzeggingen moet worden beoordeeld aan de hand van het bepaalde in de ABV, VZR en de Overeenkomst (randnummers 1.4 en 1.5 hiervoor) en de maatstaf van art. 6:248 lid 2 BW. Dit brengt mee dat de opzeggingen door ING niet rechtsgeldig zijn indien zij, gelet op alle omstandigheden van het geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Uit rov. 3.2. van het arrest van 19 januari 2018 (randnummer 1.22 hiervoor), die het hof integraal in rov. 3.3. van het bestreden arrest heeft overgenomen, blijkt dat het hof deze maatstaf ook heeft toegepast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d, en de alinea staat in dat document op bytes 94219 tot 95013.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d | shasum -a 256