Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020
Onder 2.26 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:934.
Het hof heeft dit niet miskend. Dit blijkt uit rov. 3.3. e.v. van het arrest van 19 januari 2018 (randnummer 1.22 hiervoor), welke overwegingen het hof integraal heeft overgenomen in rov. 3.3. van het bestreden arrest. Het hof heeft overwogen dat ING op grond van artikel 2 lid 1 ABV de nodige zorgvuldigheid bij haar dienstverlening in acht moet nemen en daarbij naar beste vermogen met de belangen van [eiseressen] rekening moet houden. Ook heeft het hof overwogen dat de onderhavige opzeggingen door ING verschillen van de opzegging van een kredietovereenkomst, omdat het kunnen beschikken over een betaalrekening een belangrijke voorwaarde vormt voor het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Het hof heeft derhalve zowel de zorgplicht van ING als de zwaarwegende belangen van [eiseressen] in de belangenafweging laten meewegen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d, en de alinea staat in dat document op bytes 95963 tot 96813.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d | shasum -a 256