Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020
Onder 2.28 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:934.
In randnummer 2.1.9 betogen [eiseressen] dat de verplichting van ING – om op grond van de Wft en de Wwft cliëntonderzoek te verrichten en in bepaalde gevallen de herkomst van gelden te onderzoeken – niet zó ver gaat dat ING moet (kunnen) onderzoeken hoe de bezoekers van Saunaclub [A] hun € 60 entreegeld hebben verdiend. Van [eiseressen] kan derhalve niet worden gevergd dat zij de anonimiteit van haar bezoekers opheffen door hun persoonsgegevens te registreren of girale betaling verplicht te stellen. Indien en voor zover het hof in rov. 3.6. heeft geoordeeld dat ING dit wél van [eiseressen] mocht verlangen, is het hof van een onjuiste rechtsopvatting uitgegaan dan wel is zijn oordeel onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d, en de alinea staat in dat document op bytes 98015 tot 98782.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d | shasum -a 256