Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020

Onder 2.38 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:934.

In randnummers 2.2.1 en 2.2.3 betogen [eiseressen] dat de vraag of de opzeggingen door ING naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn in hoger beroep ten volle opnieuw moet worden getoetst. Na de eerste en de tweede procedure hebben zich immers nieuwe feiten voorgedaan, waaronder het sepot in juli 2018, en bovendien hebben kort geding-uitspraken geen gezag van gewijsde. Het hof heeft een onjuist dan wel onbegrijpelijk oordeel gegeven door in rov. 3.6. desalniettemin bij het arrest van 19 januari 2018 aan te knopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d, en de alinea staat in dat document op bytes 105037 tot 105633.