Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020

Onder 2.39 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:934.

De klachten falen. Het hof heeft in rov. 3.5. (randnummer 1.39 hiervoor) – in lijn met het eerdere arrest van 19 januari 2018 – als uitgangspunt genomen dat de opzeggingen door ING niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Vervolgens heeft het hof, in rov. 3.6., beoordeeld of de feiten en omstandigheden die zich ná het arrest van 19 januari 2018 hebben voorgedaan aanleiding geven om van dit uitgangspunt af te wijken. Daarmee heeft het hof opnieuw getoetst of de opzeggingen door ING naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn, zonder daarbij gezag van gewijsde toe te kennen aan het eerdere arrest van 19 januari 2018.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d, en de alinea staat in dat document op bytes 105713 tot 106410.