Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020

Onder 1.8 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:934.

“(…) [Er] is een situatie ontstaan waarbij de ING geen vertrouwen meer heeft dat de bancaire relatie kan worden voortgezet. De ING kan onvoldoende inhoud geven aan de in de Wft en de in de Wwft opgedragen wettelijke taken. Gezien de grote omvang van de cashstortingen [tussen 14 februari 2016 en 14 februari 2017 was voor € 4.839.802,77 aan contante stortingen gedaan, tegenover € 920.257,38 aan pinbetalingen, A-G], de grote hoeveelheid coupures van €200 en €500 [respectievelijk 650 en 1.210, A-G] die op regelmatige basis worden afgestort en de verontrustende berichten in de media kan ING niet voldoende garanderen dat haar rekeningen niet worden gebruikt voor het witwassen van illegaal verkregen gelden. ING wil en kan niet het risico lopen om betrokken te raken bij (schuld)witwassen. Tevens tracht zij reputatie- en integriteitsrisico’s te voorkomen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda033d45e726daa4d577411074d73e775db475bd4a581904d54a4bd179043d, en de alinea staat in dat document op bytes 16702 tot 17718.