Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2020

Alinea 178 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:936.

36. Ingevolge art. 6:106, aanhef en onder a, BW heeft de benadeelde partij recht op vergoeding van immateriële schade indien de verdachte het oogmerk had zodanige schade toe te brengen. Het begrip ‘oogmerk’ in deze bepaling wordt wel omschreven als ‘de zwaarste vorm van opzet’; het is ‘specifieker en beperkter dan opzet’ en dient bovendien te zijn gericht op het toebrengen van immateriële schade. Uw Raad noemt in het overzichtsarrest het voorbeeld van een verdachte die iemand heeft gedood met het oogmerk aan de benadeelde partij immateriële schade toe te brengen. Bij de totstandkoming van (thans) art. 6:106 BW is de verwachting uitgesproken dat het daarin onder a bedoelde geval zich in de praktijk niet vaak (bewijsbaar) zal voordoen. Als voorbeelden worden genoemd: ‘een dader die onder invloed van emoties, opgewekt door het verbreken van een huwelijk of andere intieme relatie zijn (gewezen) partner tracht te treffen door het vernielen van een zaak waaraan voor deze affectiewaarde is verbonden’ en ‘het opzettelijk frustreren van een rechtspersoon met een ideëel doel in de verwezenlijking daarvan’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fea80df7f96449d0bf24a6d72f324e9ac350748ff1482c7bf4d7de9212dc098. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fea80df7f96449d0bf24a6d72f324e9ac350748ff1482c7bf4d7de9212dc098, en de alinea staat in dat document op bytes 64343 tot 65749.