Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Onder 4.68 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:95.

Het oordeel van het hof dat voor [eiseres 1] en Tokeyna redelijkerwijs voorzienbaar was dat zij samen met UIH voor de Nederlandse rechter zouden kunnen worden gedaagd, is ook zeker niet onbegrijpelijk. Daarbij is te bedenken dat het voorzienbaarheidsvereiste is bedoeld om te voorkomen dat een gedaagde voor een rechter wordt gedaagd op grond van het handelen van een mede-gedaagde, met wie hij niets te maken heeft. Zo schrijft A-G Vlas dat géén sprake is van samenhang als een gedaagde ‘onafhankelijk van zijn medegedaagde(n) heeft gehandeld’. In de stellingen van PTV – die het hof op grond van een summierlijke beoordeling voor juist heeft gehouden – ligt echter besloten dat de verschillende gedaagden juist níet onafhankelijk van elkaar hebben gehandeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae724365099482dc98119ba9029eec323231ed487593bf059527db8ef5e55276. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae724365099482dc98119ba9029eec323231ed487593bf059527db8ef5e55276, en de alinea staat in dat document op bytes 91705 tot 92554.