Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:95.

“3.2 Vooropstaat dat de regels van internationaal bevoegdheidsrecht van openbare orde zijn en derhalve ambtshalve moeten worden toegepast, en dat de rechter bij de beantwoording van de vraag of hij rechtsmacht heeft zich niet dient te beperken tot de stellingen van de eiser, maar ook acht dient te slaan op de stellingen van de gedaagde en op de beschikbare gegevens over de werkelijk tussen partijen bestaande rechtsverhouding. Hieruit volgt dat die rechtsmacht niet mag worden bepaald op basis van alleen de door de eiser gekozen grondslag van zijn vordering. (HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:694). Voorts is van belang dat de vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, in casu weliswaar moet worden beantwoord aan de hand van art. 2 e.v. Rv., maar dat de hier niet-toepasselijke (herschikte) EEX-Verordening en de daaraan door het Europese Hof van Justitie gegeven uitleg een bron van inspiratie kan zijn (MvT art. 6 Rv, Van Mierlo/Bart, Parl. Gesch. Burg. Procesrecht, Deventer: Kluwer,2002, p. 102).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae724365099482dc98119ba9029eec323231ed487593bf059527db8ef5e55276. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae724365099482dc98119ba9029eec323231ed487593bf059527db8ef5e55276, en de alinea staat in dat document op bytes 19286 tot 20376.