Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2020
Onder 4.60 Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:958.
De rechter heeft een discretionaire bevoegdheid om de wettelijke verhoging tot ieder bedrag dat hij billijk acht te matigen. De rechter dient daarbij rekening te houden met alle omstandigheden van het geval, waaronder de reden dat de werkgever het loon niet tijdig heeft betaald, zijn financiële omstandigheden, eventuele verwijtbaarheid van de werkgever of werknemer en de vraag of de werknemer lang heeft gewacht met het instellen van de vordering. Rechters plegen hun beslissing om de wettelijke verhoging al dan niet te matigen vrij summier te motiveren en volstaan vaak met de overweging dat zij met het oog op de gegeven omstandigheden aanleiding zien de wettelijke verhoging te matigen tot een bepaald percentage. Zo ook het hof, dat heeft volstaan met het oordeel dat het aanleiding ziet om de wettelijke verhoging te matigen tot 25% (rov. 3.37.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3bc9d64a4595cf497ebaa140b3e0684e169b3882dbb0207c37a1e6e38e05b62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3bc9d64a4595cf497ebaa140b3e0684e169b3882dbb0207c37a1e6e38e05b62, en de alinea staat in dat document op bytes 138966 tot 139963.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c3bc9d64a4595cf497ebaa140b3e0684e169b3882dbb0207c37a1e6e38e05b62 | shasum -a 256