Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:96.

In het arrest Moldavië overweegt de Hoge Raad verder dat nu art. 7 lid 1 Rv is gebaseerd op (de voorloper van) art. 8 onder 1 Verordening Brussel I-bis en laatstgenoemde bepaling op grond van de rechtspraak van het HvJEU strikt moet worden uitgelegd, de Nederlandse rechter, als voorwaarde voor toepassing van art. 7 lid 1 Rv, ten aanzien van een van de gedaagden rechtsmacht dient te hebben op een andere grond dan vermeld in art. 7 lid 1 Rv zelf (rov. 4.2.2). Als aan die voorwaarde is voldaan, geldt als tweede voorwaarde voor toepassing van art. 7 lid 1 Rv dat de vorderingen tegen de andere gedaagde(n) voldoende samenhang vertonen met de vorderingen tegen de gedaagde ten aanzien van wie de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op een andere grond dan die vermeld in art. 7 lid 1 Rv zelf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/386650cbc2e914a35bd61e2db1318e3c3d4ca0bd6ef7d725c9df0e421b1b91f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 386650cbc2e914a35bd61e2db1318e3c3d4ca0bd6ef7d725c9df0e421b1b91f3, en de alinea staat in dat document op bytes 31153 tot 31998.