Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2020

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:963.

Bij beschikking van 25 oktober 2018 heeft de kantonrechter de verzoeken van Werkneemster afgewezen en haar veroordeeld in de proceskosten. Volgens de kantonrechter laat het stelsel van de Wwz niet toe dat een werknemer nadat hij heeft ingestemd met het einde van de arbeidsovereenkomst, de vraag of er een voldragen ontslaggrond is vervolgens in een op art. 6:265 BW gebaseerde schadevergoedingsprocedure aan de rechter voor te leggen (rov. 4.4). Dit geldt temeer nu de Wwz vervaltermijnen kent, die tot doel hebben dat werkgever en werknemer op betrekkelijk korte termijn weten waaraan zij toe zijn. Dit effect wordt teniet gedaan als een werknemer een procedure als de onderhavige zou kunnen instellen, daarbij niet gehinderd door een vervaltermijn (rov. 4.5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/710ef735cb9899defcbc5a312d7e53b1c5560a0fd06324b9d6a30b947fc6d44b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 710ef735cb9899defcbc5a312d7e53b1c5560a0fd06324b9d6a30b947fc6d44b, en de alinea staat in dat document op bytes 17019 tot 17858.