Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2020

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:963.

Nu de schadevordering in de onderhavige procedure in de kern gebaseerd is op de stelling dat er geen toereikende grond (ontslaggrond) was voor NN om tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst te willen komen, ga ik ervan uit dat de vordering onder het toepassingsbereik van art. 7:686a lid 2 BW valt. De schadevordering is immers onlosmakelijk verbonden met de bepalingen in Afdeling 7.10.9 BW (dat als opschrift heeft: ‘ Einde van de arbeidsovereenkomst ’). Dit sluit ook aan bij de toelichting van Van Slooten op de gewijzigde bepaling, dat ‘alle rechtszaken in verband met ontslag met een verzoekschrift worden gestart ’ (zie onder 3.11). Dat een dergelijke vordering haar juridische grondslag vindt in art. 6:74 BW (in samenhang met art. 7:686 BW) maakt dat mijns inziens niet anders. Dat laatste geldt temeer omdat er anders een verschil zou ontstaan met vorderingen tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, waar de communis opinio is dat die bij verzoekschrift kunnen worden ingesteld (zie onder 3.14). Ook voor die vorderingen geldt echter dat zij hun juridische grondslag niet vinden in Afdeling 7.10.9 BW, maar in art. 6:265 BW (in samenhang met art. 7:686 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/710ef735cb9899defcbc5a312d7e53b1c5560a0fd06324b9d6a30b947fc6d44b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 710ef735cb9899defcbc5a312d7e53b1c5560a0fd06324b9d6a30b947fc6d44b, en de alinea staat in dat document op bytes 31426 tot 32726.