Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2020

Onder 4.4 Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:963.

In de onderhavige procedure is het uitgangpunt echter dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is beëindigd. De schadevordering die door Werkneemster is ingesteld, berust op art. 7:686 BW en/of art. 7:611 BW. Art. 7:686 BW bepaalt dat de bepalingen van ‘deze afdeling’ (afdeling 9 van Boek 7, titel 10) voor geen van beide partijen de mogelijkheden van ontbinding wegens een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst en van schadevergoeding uitsluiten. Op grond van deze bepaling kan de werknemer schadevergoeding verzoeken wegens een tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst door de werkgever. Art. 7:611 BW houdt in dat de werkgever en de werknemer verplicht zijn zich als een goed werkgever en een goed werknemer te gedragen. Bij schending van de norm van goed werkgeverschap kan de werknemer schadevergoeding vorderen. Schending van de verplichting om zich als goed werkgever te gedragen (art. 7:611 BW) is immers een tekortkoming in de nakoming van een uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verbintenis en kan dus leiden tot schadeplichtigheid (art. 6:74 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/710ef735cb9899defcbc5a312d7e53b1c5560a0fd06324b9d6a30b947fc6d44b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 710ef735cb9899defcbc5a312d7e53b1c5560a0fd06324b9d6a30b947fc6d44b, en de alinea staat in dat document op bytes 36454 tot 37636.