Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Onder 3.8. Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:968.

Het oordeel van het hof dat het door [aangeefster 3] opgegeven tijdstip waarop de man haar woning betrad niet heel nauwkeurig is, is een feitelijk oordeel dat in cassatie slechts op zijn begrijpelijkheid kan worden getoetst. De door het hof gebezigde bewijsmiddelen houden dienaangaande in dat aangeefster [aangeefster 3] heeft verklaard dat de man omstreeks 13.45 uur heeft aangebeld, hetgeen het hof geenszins onbegrijpelijk heeft aangemerkt als een niet heel nauwkeurig tijdstip waarop de man de woning heeft betreden. Omstreeks 13.45 uur betekent immers niet meer dan dat het rond 13.45 uur is geweest. Het mede daarop gebaseerde, in de overwegingen van het hof besloten liggende oordeel dat het mogelijk is dat de verdachte zowel de diefstal in [plaats 3] als de diefstal in [plaats 2] heeft gepleegd, komt mij niet onbegrijpelijk voor in het licht van de door het hof gedane vaststellingen met betrekking tot de rijafstanden, de tijdstippen waarop de diefstallen ongeveer hebben plaatsgevonden en het tijdstip van de locatie. Daarbij neem ik mede in aanmerking dat de verdachte blijkens de door het hof gebezigde bewijsmiddelen harder reed dan de toegestane snelheid toen hij het politievoertuig inhaalde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cbfd0651bacea0d1e78a5cea4a6ed8ffc8d78d1a9daa37e104f4b31803e479b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cbfd0651bacea0d1e78a5cea4a6ed8ffc8d78d1a9daa37e104f4b31803e479b, en de alinea staat in dat document op bytes 53866 tot 55091.