Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Onder 4.3. Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:968.

Toen verdachte aan de deur was en vertelde dat hij van de woonstichting was en de waterleiding wilde controleren, had benadeelde geen reden tot wantrouwen. Zij vond het verhaal van verdachte aannemelijk en daarom heeft zij niet naar zijn identiteitskaart gevraagd. Zij dacht dat zij verdachte kon vertrouwen. Pas op het moment dat verdachte haar slaapkamer binnen ging, bekroop benadeelde een naar gevoel. Zij wist toen dat er iets niet in orde was, want in de slaapkamer zijn geen waterleidingen beredeneerde benadeelde. Zij is direct de slaapkamer binnengestapt en kon het sieradenkistje uit de handen van verdachte slaan. Benadeelde is achteraf blij dat zij hierbij niet ten val is gekomen, want dan had het voor haar veel erger kunnen aflopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cbfd0651bacea0d1e78a5cea4a6ed8ffc8d78d1a9daa37e104f4b31803e479b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cbfd0651bacea0d1e78a5cea4a6ed8ffc8d78d1a9daa37e104f4b31803e479b, en de alinea staat in dat document op bytes 57897 tot 58658.