Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020
Onder 4.8. Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:968.
Ook in deze zaak heeft het hof gelet op de toewijzing van de vordering tot vergoeding van immateriële schade kennelijk geoordeeld dat met betrekking tot de benadeelde partij sprake is van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’, als bedoeld in art. 6:106, aanhef en onder b, BW. Het hof heeft dat oordeel echter niet gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat de enkele vaststelling door het hof dat de verdediging de hoogte van de schade niet heeft betwist, niet volstaat ter motivering van dat oordeel. Zonder nadere motivering is het oordeel dat sprake is van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ echter niet begrijpelijk, aangezien het hof niets heeft vastgesteld over de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij. Daarover klaagt het middel terecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cbfd0651bacea0d1e78a5cea4a6ed8ffc8d78d1a9daa37e104f4b31803e479b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cbfd0651bacea0d1e78a5cea4a6ed8ffc8d78d1a9daa37e104f4b31803e479b, en de alinea staat in dat document op bytes 68609 tot 69516.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5cbfd0651bacea0d1e78a5cea4a6ed8ffc8d78d1a9daa37e104f4b31803e479b | shasum -a 256