Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Onder 5.2. Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:968.

Ambtshalve wijs ik op het volgende. Namens de verdachte is op 13 maart 2019 beroep in cassatie ingesteld. Verdachte bevond zich ten tijde van de uitreiking van de aanzegging in cassatie in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad zal uitspraak doen nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van beroep in cassatie. Dit betekent dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM is overschreden. Nu het derde middel slaagt, behoeft de overschrijding geen verdere bespreking. Het tijdsverloop kan immers bij de nieuwe behandeling van de zaak door het gerechtshof aan de orde worden gesteld. Andere gronden die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven heb ik niet aangetroffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cbfd0651bacea0d1e78a5cea4a6ed8ffc8d78d1a9daa37e104f4b31803e479b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cbfd0651bacea0d1e78a5cea4a6ed8ffc8d78d1a9daa37e104f4b31803e479b, en de alinea staat in dat document op bytes 69972 tot 70711.