Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Onder 2.3. Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:968.

Op 15 februari 2016 omstreeks 17:30 uur hoorde ik dat er werd aangebeld. Ik hoorde een stem tegen mij zeggen: ‘Kunt u de deur open doen?’ Enig moment later hoorde ik de deurbel van onze woning. Ik zag een man staan voor onze voordeur. Ik deed de voordeur open. Ik hoorde deze man toen tegen mij zeggen: ‘Ik sta met pech buiten. Ik wil graag een garage bellen. Hebben jullie misschien een telefoonnummer van een garage. Samen zijn wij naar de woonkamer gelopen. Ik vroeg aan mijn man of hij een telefoonboek wilde pakken. De man heeft toen het telefoonboek vastgepakt. Ik ben naar de voordeur gelopen. Ik zag toen dat onze slaapkamerdeur openstond. Deze was zeker weten dicht. Ik ben in de slaapkamer gelopen en zag een andere man in onze slaapkamer staan. Ik vroeg aan de man wat hij aan het doen was. Hij zei: ‘Ik dacht dat dit de woonkamer was (..)’. Onze slaapkamer is niet zo groot, er staat een groot bed in met een aantal kasten. De man stond heel stiekem achter de slaapkamerdeur. Ik kon hem net zien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cbfd0651bacea0d1e78a5cea4a6ed8ffc8d78d1a9daa37e104f4b31803e479b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cbfd0651bacea0d1e78a5cea4a6ed8ffc8d78d1a9daa37e104f4b31803e479b, en de alinea staat in dat document op bytes 10831 tot 11863.