Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020
Onder 3.3. Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:968.
Op 21 september 2017 bevond ik mij in mijn woning, [c-straat] 19B in [plaats 3] . Dit betreft een flatwoning op de derde etage. Omstreeks 13.45 uur werd er bij mijn woning aangebeld. Dit was boven, aan de deur, niet via de intercom bij de centrale toegang. Ik verwachtte iemand van de apotheek en deed de deur open. Ik zag een man staan, met een geel hesje aan. Hij gaf aan dat hij van de woningbouw was en dat hij even binnen wilde kijken omdat er bij de bovenburen lekkage zou zijn. Ik liet de man binnen en ik hoorde de man aan mij vragen of ik de warme kraan aan wilde zetten. Dat deed ik, in de keuken. Ik zag de man door de hele woning lopen, terwijl hij mij afwisselend vroeg het warme en dan weer het koude water aan te zetten. Op een gegeven moment liep ik mijn slaapkamer in, daar was de man ook. Toen ik binnen kwam zag ik mijn sieradenkistje scheef staan, op het nachtkastje. De man stond bij dit nachtkastje. Ik zag ik dat mijn trouwring en die van mijn overleden man verdwenen waren. Toen ik dat ontdekt had liep de man snel mijn woning uit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cbfd0651bacea0d1e78a5cea4a6ed8ffc8d78d1a9daa37e104f4b31803e479b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cbfd0651bacea0d1e78a5cea4a6ed8ffc8d78d1a9daa37e104f4b31803e479b, en de alinea staat in dat document op bytes 24352 tot 25421.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5cbfd0651bacea0d1e78a5cea4a6ed8ffc8d78d1a9daa37e104f4b31803e479b | shasum -a 256