Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.
Bij de cv moet, als gezegd, onderscheid worden gemaakt tussen de beherende en de commanditaire vennoten. Uit art. 19 lid 2 WvK wordt afgeleid dat op de beherende vennoten van de cv de bepalingen van de vof van toepassing zijn. De beherende vennoten vertegenwoordigen in beginsel dus de cv (art. 17 WvK) en zijn ook hoofdelijk verbonden voor de schulden van de cv (art. 18 WvK). Dat geldt echter niet voor de commanditaire vennoten. Hun naam mag in beginsel niet in de naam van het samenwerkingsverband worden gebruikt (art. 20 lid 1 WvK) en zij vertegenwoordigen de cv ook niet (art. 20 lid 2 WvK). De commanditaire vennoten dragen, tot hun inbreng, intern echter wel bij in de eventuele verliezen van de cv (art. 20 lid 3 WvK). De cv maakt het dus mogelijk dat vennoten deelnemen aan de vennootschap zonder voor de verbintenissen van de vennootschap aansprakelijk te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 46595 tot 47609.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f | shasum -a 256