Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.

Vooral de zinsnede dat de vof ‘ op diverse plaatsen in de wet (art. 51 Rv, art. 4 lid 3 Fw) behandeld [wordt] als een afzonderlijk rechtssubject dat zelfstandig aan het rechtsverkeer kan deelnemen’ heeft enkele schrijvers aanleiding gegeven te concluderen dat Uw Raad in ieder geval rechtssubjectiviteit van de vof heeft omarmd. Ook in de feitenrechtspraak na het arrest VDV Totaalbouw klinkt dat standpunt een enkele keer door. Zo heeft het hof Arnhem-Leeuwarden eind 2015 in een zaak betreffende een cv als volgt geoordeeld:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 54351 tot 55125.