Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Onder 3.26 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.
Een vennootschapscrediteur heeft twee afzonderlijke samenlopende vorderingsrechten: één jegens de vof (de gezamenlijke vennoten in hun hoedanigheid dus), dat verhaalbaar is op het afgescheiden vermogen, en één jegens de vennoten in privé, dat verhaalbaar is op de privévermogens van de vennoten. Deze visie (twee afzonderlijke samenlopende vorderingsrechten) heeft tot gevolg dat een vennoot bij een vordering jegens de vof (de gezamenlijke vennoten in hun hoedanigheid dus) geen verweermiddelen mag aanvoeren die hem persoonlijk toekomen. Die persoonlijke verweermiddelen mag de vennoot alleen aanvoeren wanneer hij in privé wordt aangesproken. Een andere consequentie van deze afzonderlijke samenlopende vorderingsrechten die Uw Raad in rov. 3.4.4 benadrukt, is dat een vonnis dat enkel op naam van de vof is gewezen, geen gezag van gewijsde kan krijgen jegens de vennoten in privé en ook niet ten uitvoer kan worden gelegd ten laste van hun privévermogen. Een derde consequentie die is verbonden aan de afzonderlijke samenlopende vorderingsrechten, is de mogelijkheid dat de vennootschapscrediteur zowel de vof (de gezamenlijke vennoten in hoedanigheid dus) aanspreekt als een of meer vennoten in privé of zelfs beide (na elkaar of gelijktijdig).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 69548 tot 70820.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f | shasum -a 256