Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Onder 3.30 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.
D. een derde die een vordering heeft jegens de vof, heeft in werkelijkheid twee afzonderlijke samenlopende vorderingsrechten: één vorderingsrecht jegens de vof (de gezamenlijke vennoten in hoedanigheid dus) dat verhaalbaar is op het afgescheiden vermogen, en één jegens de vennoten in privé dat verhaalbaar is op het privévermogen van de vennoten. Deze vorderingsrechten kunnen onafhankelijk van elkaar worden ingesteld, en worden ook op hun eigen merites beoordeeld. Zo kan de vof geen verweermiddelen van de vennoten in privé voeren, betekent het faillissement van de vof niet zonder meer het faillissement van de vennoten, leidt het niet instellen van een rechtsmiddel door de vof niet tot niet-ontvankelijkheid van vennoten die in privé een rechtsmiddel hebben ingesteld en kan een vonnis gewezen op naam van de vof niet op het privévermogen van de vennoten worden verhaald, omdat dat vonnis jegens de vennoten in privé geen gezag van gewijsde heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 77125 tot 78103.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f | shasum -a 256