Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Onder 3.36 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.
Uitgangspunt van het voorontwerp is dat we de vennootschap (art. 7:800 lid 1) en de cv (art. 7:820) kennen. In art. 7:800 lid 1 wordt de vennootschap als volgt omschreven: “ de overeenkomst tot samenwerking tot de uitoefening van een beroep of bedrijf met inbreng door ieder van de partijen met het oogmerk voordeel te behalen en dit met elkaar te delen ”. Deze omschrijving vormt de basis voor alle typen personenvennootschappen, behalve voor de cv dus ook voor de maatschap en de vof. Die laatste aanduidingen blijven gehandhaafd zo blijkt uit art. 7:800 lid 2 en 3 waar wordt aangegeven dat de vennootschap ter uitoefening van een bedrijf als vof kan worden aangeduid en die ter uitoefening van een beroep als maatschap.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 82394 tot 83167.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f | shasum -a 256