Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Onder 3.37 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.
In het nieuwe regime zullen personenvennootschappen wel rechtspersoonlijkheid bezitten (en wel van rechtswege bij het aangaan van de overeenkomst) en daarmee ook rechtssubjecten worden. Zij kunnen dus zelfstandig aan het (rechts)verkeer deelnemen en beschikken ook over een eigen vermogen (vgl. art. 7:803 lid 2). De voornaamste reden die daarvoor in de toelichting op het voorontwerp wordt gegeven, is dat het in het belang van het handelsverkeer is om goederenrechtelijke duidelijkheid te hebben. Dat de personenvennootschap rechtspersoonlijkheid heeft, heeft uiteraard ook verbintenisrechtelijke consequenties: men contracteert dan met de vennootschap (de rechtspersoon) en kan haar ook op grond van wanprestatie en onrechtmatige daad aanspreken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 86215 tot 87042.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f | shasum -a 256