Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Onder 3.42 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.

Onderdeel 1 van het middel stelt de vraag aan de orde of stuiting van de verjaring jegens de vof ook doorwerkt ten aanzien van de op art. 18 WvK gebaseerde rechtsvorderingen jegens de vennoten. Het antwoord op deze vraag wordt niet bepaald door het naar geldend recht ontbreken van rechtspersoonlijkheid en rechtssubjectiviteit, maar door het gegeven dat sprake is van twee afzonderlijke samenlopende vorderingsrechten, zoals is uiteengezet in randnummers 3.25 e.v. Ook al zijn het de gezamenlijke vennoten die een vof tot een vof maken, het bestaan van die twee afzonderlijke samenlopende vorderingsrechten bij een vof brengt uiteindelijk mee dat een schuldeiser van een vof twee vorderingsrechten heeft die op hun eigen merites moeten worden beoordeeld. Het faillissement van de vof betekent, zoals wij hebben gezien, niet automatisch het faillissement van de vennoten. Het niet instellen van een rechtsmiddel door de vof leidt evenmin, zo is gebleken, automatisch tot niet-ontvankelijkheid van de vennoten in privé (die wel een rechtsmiddel hebben ingesteld). En om eenzelfde reden kan evenmin de regel worden aanvaard dat de stuiting van de verjaring van het vorderingsrecht jegens een vof automatisch doorwerkt ten aanzien van het op art. 18 WvK gebaseerde vorderingsrecht jegens de vennoten in privé. Dat betekent dat de vraag die onderdeel 1 van het middel stelt, naar geldend recht, ontkennend moet worden beantwoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 93844 tot 95412.