Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Onder 3.47 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.

[eiser] gaat in zijn klachten (zo blijkt uit randnummers 3.48 e.v.) steeds uit van een automatische doorwerking van de stuiting jegens de vof naar de verjaring van de op art. 18 WvK gebaseerde vorderingen jegens de vennoten in privé. Zoals hiervoor in randnummer 3.42 is toegelicht, vindt deze benadering geen steun in het huidige recht en staat zij haaks op de constructie van twee afzonderlijke (samenlopende) vorderingsrechten die in de rechtspraak van Uw Raad is aanvaard. Dat betekent dat alle klachten die gebaseerd zijn op die onjuiste benadering, falen. Desalniettemin zal ik nog kort ingaan op de vier subonderdelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 99106 tot 99820.