Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Onder 3.48 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.
Subonderdeel 1.1 is dus gericht tegen rov. 5.3.3. van het eindarrest, waarin het hof, onder verwijzing naar het arrest VDV/Totaalbouw heeft overwogen dat de vorderingen op de vof (gezamenlijke vennoten) en op de vennoten persoonlijk als afzonderlijke (samenlopende) vorderingen moeten worden beschouwd die onafhankelijk van elkaar kunnen worden ingesteld en verhaald en waartegen de vof en de vennoten ieder hun eigen verweermiddelen kunnen aanvoeren. Volgens [eiser] heeft het hof hier blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het wezen van de vof en daarmee van de juridische betekenis van ‘een verbintenis van de vof’. Daarvoor heeft [eiser] twee argumenten gegeven, die hierna afzonderlijk worden behandeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 99900 tot 100791.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f | shasum -a 256